Nederlands

Geschiedenis van Taijiquan

Op het festival in november heb ik een lezing gehouden over de vermeende geschiedenis van taijiquan en het leek me wel een leuk idee om deze lezing eens uit te typen voor de Taijivizier. Er gaan de vreemdste verhalen rond over het ontstaan van deze interne gevechtskunst en we zullen een aantal mogelijkheden tegen komen. Het probleem is dat er voor 1918 niks is vastgelegd en dat de geschiedenis daarvoor alleen maar uit aannames bestaat. Chinezen hebben de neiging om hun geschiedenis mooier te maken dan het is en vooral te verbinden met heiligen of grote namen wat het opsporen van de oorsprong er niet makkelijker op maakt temeer daar de vechtkunst vroeger goed bewaarde familiegeheimen waren. Daarnaast stond de vechtkunst nou niet bepaald in hoog aanzien bij de mensen van stand die konden schrijven. Chinese gewoonte was ook om een of meerdere schuilnamen of bijnamen aan te nemen wat een historisch figuur moeilijk te traceren maakt daarnaast is het bepalen van een datum ingewikkeld enerzijds door de chinese jaartelling en anderzijds doordat bij sommige keizers de jaartelling weer op nul werd gezet. China is een groot land met veel dialecten en schrijfwijzen. Hetzelfde woord kan anders geschreven worden of anders uitgesproken. Mistig dus maar daarom wel leuk.

Interne / externe vechtkunst
Er zijn verschillende definities betreffende de interne en externe chinese vechtkunst. Het wordt wel gedacht dat interne vechtkunst te maken heeft met het onstaan van die vechtkunst uit inheemse taoistische kringen waarbij ook vaak de kloosters in het Wudang gebergte genoemd worden en de  associatie met de uit het buitenland afkomstige  Boeddhistiche leer zoals dat in de Shaolin tempel beleden werd. Daarnaast moest men voor de Shaolintempel uit het ouderlijk huis weg en werd men voor de familie “extern”. De tweede gebruikelijke indeling is dat de interne vechtkunst de chi ontwikkeld en de externe spierkracht.

Klassieke Taijiquanteksten of liederen
Volgens de overlevering wordt in 1852 in een zoutwinkel de klassieke teksten bij toeval ontdekt. Ik dacht vroeger dat in zoutwinkel beschreven papier gebruikt werd als verpakking zoals bij ons vis in kranten, maar het blijkt dat zoutwinkels hoog gewaardeerd werden in het verleden met connecties met het keizerlijke hof en dat een bibliotheek (een rijkdom in die tijd) niet ongebruikelijk was. De klassieke teksten omvatten een vijftal liederen zo genoemd omdat het opgeschreven gedichten of rijmpjes waren die de voornamelijk analfabetische leerlingen moesten kunnen opdreunen.

Voorgeschiedenis:
Laten we beginnen rond 500 na Christus toen Sun Zi het boek Art of War het licht deed zien. Een aantal auteurs zien taijiprincipes terugkomen in de uitleg van hoe oorlog te voeren. Rond 1570 verschijnt in opvolging van the Art of War het boek Analytical New Book van de hand van generaal Qi Ji-guang die allerlei militiaire zaken beschrijft waaronder ook het ongewapende gevecht met tekeningen in hoofdstuk 14 wat algemeen bekend staat als de Classic of Boxing. De naam van sommige technieken doen aan taijiquan denken zoals One Whip; Golden Cockerel on One Leg; Pat the Horse; Seven Star Fist en Lift Forearm. Het lijkt aannemelijk dat het waarschijnlijk later ontstane taijiquan geput heeft uit dit “Classic of Boxing”. Daarnaast heeft het boek ook een hoofdstuk dat gebaseerd is op het boek van Yu Dayou (1503 – 1580) over zwaardkunst. Hierin wordt gesproken over zachtheid, luisteren en kleven; concepten die later vooral met taijiquan geassocieerd worden.

Onstaan van Taijiquan
De legende wil dat taijiquan ontdekt is door Zhang San Feng (zijn afbeelding staat ook op een van de STN t-shirts) die ergens tussen 1100 en 1368 na Christus in het Wudang gebergte moet hebben geleefd. De eerste maal dat Zhang San Feng in verband met interne gevechtskunst genoemd wordt is in een grafschrift voor bokser Wang Zheng-nan gedateerd 1669. De eerste klassieke tekst of lied wordt ook op de naam van Zhang San Feng gezet alhoewel de historici geen idee hebben van hoe oud deze tekst is. De legende luidt dat Zhang San Feng een gevecht zag tussen een kraanvogel en een slang vanuit zijn raam en dat het ontwijken en tegelijk terugslaan van de slang hem inspireerde tot het creeren van taijiquan. Opvallend detail is dat Zhang San Feng niet genoemd wordt in de eerdere werken van de Chen familie.

De tweede klassieke tekst wordt toegeschreven aan ene Wang Zong Yue uit de late 18e eeuw die ook wel doorgaat als de bedenker van taijiquan maar het probleem is dat niemand iets historisch verantwoord over deze persoon heeft gevonden. Er is  bv ook geen Wang lineage bekend. Chen Wei Ming (leerling van Yang Cheng Fu) heeft geschreven dat Wang de aparte bewegingen verbonden heeft tot een doorlopende vorm.
Wel is bekend dat een Wang Zong Yue als leraar actief was niet ver van Chen village in 1791 en in 1795. Dat zou dezelfde persoon kunnen zijn maar nergens staat dat hij actief was als martial art leraar. De Chen familie noemt ook geen Wang als inspirator tot het ontstaan van taijiquan.

Chenstijl
De meest bekende versie van het ontstaan van taijiquan is door het onooglijke dorpje Chen village of Chenjiagou. Volgens de Chen familie heeft Chen Wang Ting in de 17e eeuw taijiquan ontwikkeld maar wat er van bekend is lijkt het qua naam en houding erg op de Boxing Classic. Raar is wel dat de Chenfamilie wel Wang Zong Yue accepteert als de schrijver van de de tweede klassieke tekst en de Yangfamilie claimt dat een leerling van Wang Zong Yue door Chenjiagou liep tijdens het oefenen van de canonfist vorm en dat deze vreemdeling onbedaarlijk begon te lachen. Chen Chang Xing (1771-1853) houdt de vreemdeling Jiang Fa genaamd staande maar wordt meteen tegen de grond geworpen en Chen Chang Xin vraagt nederig om onderricht wat drie jaar later plaats vond volgens de overlevering. De Chen familie houdt zich gedekt tot Chen Chang Xing Yang Lu Chan accepteert als leerling waarmee Chen Chang Xing in ongenade valt bij de familie waardoor hij niet meer de Canonfist mocht onderwijzen maar wel “taiji”. Wat ook een rol kan hebben meegespeeld is dat Chen Chang Xin door te leren van Jiang Fa door een inwijdingsritueel met een vreemde moet zijn gegaan en daarmee wellicht disloyaal met de Chen familie zou kunnen worden. Er is dan ook geen originele grafsteen bekend van Chen Chang Xing. Yang Lu Chang (1799 – 1872) maakt taijiquan bekend oa door naar Beijing te gaan. Pas tientallen jaren later komt de Chenstijl in de openbaarheid doordat Chen Fake (1887-1957) in 1928 in Beijing gaat lesgeven. In 1930 (maar geschreven in 1919) verschijnt het eerste nogal esoterische boek over Chenstijl: Chenfamily Taijiquan Illustrated. Het wordt wel gezegd dat met het vertrek van Chen Fake uit Chenjiagou ook de interne vechtkunst is verdwenen uit het dorp. Het is ook onduidelijk of de naam taijiquan voor 1919 gebruikt werd door de Chen familie. In het dorp zelf is een taijimuseum wat met Taiwanees geld gebouwd is en tegenwoordig is het een veel bezocht toeristische attractie voor vechtkunstenaars. Toen Dan Docherty er in 1995 rondgeleid werd zag hij de oorspronkelijke grafstenen aan de kant van de weg liggen terwijl op de begraafplaats zelf nieuwe grafstenen waren geplaatst met alle historische informatie volgens de Chenversie die totaal ontbraken op de oude grafstenen.

Yangstijl
Yang Luchan (1799 – 1872) kwam als negenjarige jongen als bediende bij Chen Dehu werken in Chenjiaguo die apotheker was in Yong Nian. De apotheek zelf was het bezit van een Wu familie die rijk was en invloedrijke contacten hadden met de regering in Beijing. Het verhaal dat Yang Lu Chan door een gaatje in de muur de kunst afkeek is zeer waarschijnlijk niet waar en past in de chinese neiging om verhalen mooier te maken. Yang Lu Chan bleef 30 jaar bij de Chen familie en onderwees na de dood van Chen Dehu zijn verworven kunst Soft Boxing of Cotton Boxing genaamd (en nog niet taijiquan) in Yong Nian oa aan Wu Yuxiang de jongste zoon van de Wu familie. Door de contacten van de Wufamilie in Beijing komt Yang Lu Chan bij de Manchu Keizerlijke Wacht terecht, wordt beroemd en brengt de kunst in de openbaarheid door vrijelijk les te geven.
Yang Lu Chan had drie zonen een sterft op veertig jarige leeftijd en van hem zijn geen leerlingen bekend, de tweede is Ban Hou en de derde Jian Hou (1839 –1917). Jian Hou verwekt Yang Cheng Fu (1883 – 1936) en het is met name deze figuur die taijiquan publiekelijk maakt met naar zeggen ook aanpassingen zodat het makkelijker te leren was en er meer nadruk kwam op de gezondheidsaspecten van deze bewegingskunst.
Yang Cheng Fu had een aantal geletterde leerlingen die zorgen voor veel literatuur over taijiquan zoals Chen Wei Ming (1881 – 1958), Dong Ying Jie (1888 – 1961), Cheng Man Ching ( 1902 –1975 tevens ghostwriter van de boeken in 1930 die op naam staan van Yang Cheng Fu) en Fu Zhong Wen (1903 – 1994).

Wu / Hao Lineage
De Wu familie had Yong Nian als residentie: een ommuurde stad ongeveer 150 mijl van Chenjiagou. Wu Yu xiang (1812 – 1880) die van Yang Lu Chan onderricht kreeg, was een hoog ontwikkeld man maar kreeg in 1849 problemen met de autoriteiten ivm een familiegrafschending zodat hij op een zwarte lijst terecht  kwam. Wu Yu Xiang ontwikkelde een eigen stijl van taijiquan die ter onderscheiding in het engels de Wu / Hao stijl wordt genoemd ter onderscheiding van de veel later ontstane Wu Jianquan stijl die in Nederland bekend is door Ma Jiang Bao. Een leerling van Wu Yu Xiang heette Hao Wei Zhen (1849 –1920) vandaar de naam. De Wu / Hao stijl ontwikkelt zich verder niet en raakt verloren maar belangrijk is wel dat een neef Li Yiyu (1832 – 1892) de Wu / Li Klassieke teksten samenstellen die verschillen van de klassieke teksten zoals doorgegeven door de Yangstijl en tot de eerste literatuur over taijiquan behoort. Douglas Wile heeft deze teksten vertaald en gepubliceerd in het boek “Lost Tai Chi Classics from the late Ching Dynasty”

Moderne tijd
Qing dynastie viel in 1911 en daarna ontstonden er verschillende gebieden waar krijgsheren (warlords) de baas waren of de republikeinen of de communisten of anarchisten.
In 1949 kwamen de communisten onder leiding van Mao Tse tsoeng aan de macht en vluchten vele hoog geplaatste of rijke of geletterde mensen waaronder martiale kunstenaren naar oa Taiwan. De communistische regering zag de vechtkunst als een bedreiging en iets dat bij de bourgeois hoorden en verboden de beoefening totdat men merkte dat er een markt voor was in het buitenland en creerde oa voor taijiquan nieuwe vormen waarbij men weliswaar gebruik maakte van de traditionele vormen maar toch het wezenlijke van de interne vechtkunst gemist werd.
Vooral vanuit Taiwan en Hong Kong heeft de traditionele taijiquan zich verspreid over het Westen vanaf de jaren ’60. Daarnaast is er in iedere stad wel een chinese wijk waar natuurlijk ook taijiquan beoefend wordt maar deze kunst is vooral binnen de wijken gebleven. Een aantal beoefenaars is ook naar Rusland gevlucht en in de laatste tijd is deze invloed te merken via de contacten van de TCFE met Rusland en de russische vechtkunst Systema waarin veel invloeden van chinese interne vechtkunst te zien zijn.

Naam
De naam Taijiquan is gebaseerd op het diagram Zhou Dun Yi waarin hij het ontstaan van de schepping schetst met het ontstaan van twee tegengestelde krachten binnen het niets of Wuji. Het symbool van de twee tegengestelde krachten van Yin en Yang als twee vissen in elkaar heet het Taijisymbool. Taiji betekent zoveel als Hoogste Ultiem of uiterste en het woord quan staat voor vuist of vechtkunst. Deze naam is echter niet vanaf het begin gebezigt. De Chen familie spreekt over 13 postures (deze naam komt vaak voor in de klassieke teksten) of Long Boxing (eenmaal genoemd in de klassieke teksten) of Cannonfist.
Yang lu Chan sprak over Soft Boxing of Soft Work fist en ook wel Transformation Boxing.
In 1880 komt de naam Tai Chi Chuan voor in de Wu / Li Classics
In 1912 staat de naam Tai chi Chuan in het Yang familie book
In 1930 wordt de naam tai chi chuan ook teruggevonden in de Chen Familie

Hire Us. Or just say Hi!
Need a job? Apply to get one.
Follow us on LinkedIn, FaceBook,
YouTube or Instagram